Metafoor
"Paulus bekijkt de zaak van nu af aan anders"

 

Paulus de boskabouter
Paulus de boskabouter leeft in zijn huisje in het bos vlak bij de beek. Het is eigenlijk best een vrolijk mannetje, dat leeft van bessen en vruchten die hij in het bos vindt. Hij gaat dan ook veelvuldig op stap en zoekt de bessen en vruchten.

Verderop in het bos woont Eukalipta de heks. Zij staat bekend als bullebak en als iemand die niemand in haar omgeving dult. Paulus is bang van om door haar weggestuurd te worden en wil niet in haar omgeving komen.
Maar ja, er groeien wel heel lekkere bessen en vruchten vlak bij haar tuin. Hoe moet dat nu?

Al pijnzend liep hij lang de beek en zag Alfred Jodocus Kwak in de beek zwemmen. Alfred had plezier en speelde dat het een lieve lust was. Af en toe ging hij zelfs kopje onder! Nadat Paulus een tijdje had gekeken merkte hij op dat Alfred helemaal niet nat was van al dat gespetter en geplons.

Paulus de boskabouter ging weer op weg om bessen te zoeken. Na een tijdje hoorde hij wat tumult achter de struiken op het pad langs de beek. Hij ging kijken wat er was, maar schrok toen hij zag wat er aan de hand was. Hij zag dat Eukalipta de heks over Alfred heen gevallen was.

Alfred lag er zielig bij en Eukalipta was tegen een boomstronk gevallen. Bang voor de negatieve reactie van Eukalipta wilde Paulus snel weg gaan. Hij vond dat heel moeilijk want hij had medelijden met Alfred.

Eukalipta stond op en Paulus zag haar dreigend naar Alfred lopen. Angstig hield hij zijn adem in en dook nog wat verder achter de struik. Maar wat gebeurt er nu ...

Tot zijn grote verbazing hielp Eukalipta Alfred op zijn pootjes.

"Heb ik je pijn gedaan?", vroeg Eukalipta.
Paulus dacht, "Hoe kan dit nou?"

Ik was er van overtuigd dat Eukalipta vervelend en afwijzend zou doen. Toen stapte Paulus op Eukalipta en Alfred af, en vroeg, "Ïs alles goed, kan ik helpen?"

"Ja hoor", zeiden ze allebei. "We zijn alleen wat geschrokken."
Eukalipta en Alfred gingen ieder weer hun eigen weg.

Paulus, verbaasd door zijn eigen gedrag, dacht na: "Goh, dat ik nu zo bang geweest ben voor Eukalipta. Vanaf nu ga ik ga ik ervaren hoe iemand is en ben niet meer bang om met anderen te praten. Maar wat als er weer zo'n nare opmerking gemaakt wordt?"

Hij dacht weer aan de veren van Alfred en hoe droog die waren na al dat gespetter in de beek. En zei tegen zichzelf, "Als Alfred zijn veren zo glad kan maken dat water er zelfs niet meer op blijft zitten, dan denk ik bij een nare opmerking aan Alfred, en glijdt de opmerking gewoon van mij af."

Vrolijk huppelend liep Paulus de toekomst tegemoet.